Hartklachten
Bronvermelding: www.whgdierenartsen.nl
DE FUNCTIE VAN HET HART
Het hart pompt het bloed door het lichaam en zo krijgen alle delen van het lichaam zuurstof en voedingsstoffen. Het hart bestaat uit een rechter en een linker helft. Rechts is voor de kijker links en andersom.
Het zuurstofrijke bloed (rood) wordt vanuit de linker kamer via de lichaamsslagader (aorta) het lichaam ingepompt. Vanuit het lichaam keert het zuurstofarme bloed (blauw) weer terug naar het hart en komt via de rechter boezem en de kleppen tussen rechter boezem en rechter kamer (tricuspidalis) in de rechter kamer. Vanuit de rechter kamer wordt het zuurstofarme bloed via de longslagader naar de longen gepompt. Daar neemt het bloed weer zuurstof op en komt als zuurstofrijk bloed via de linker boezem en de kleppen tussen de linker boezem en linker kamer (mitralis) in de linker kamer. En zo gaat de bloedsomloop voortdurend rond en voorziet het lichaam steeds weer opnieuw van zuurstof en voedingsstoffen.
Onderweg komen vanuit de darm via de lever voedingsstoffen in het bloed om naar het gehele lichaam getransporteerd te worden. Intussen worden de afvalstoffen via lever en nier uitgescheiden met de ontlasting en de urine.
OORZAKEN HARTKLACHTEN
Verreweg de meeste hartklachten bij hond en kat, naar schatting 90 – 95%, zijn ‘verkregen’, dat wil zeggen in de loop van het leven ontstaan. Ongeveer 5 – 10% van de hartklachten is aangeboren.
En als we niet zorgvuldig genoeg onze fokprogramma’s opstellen en volgen, dan zou het best eens kunnen, dat het aantal hartklachten bij bepaalde rassen zorgwekkend gaat toenemen.
Ongeveer 80% van de hartklachten zijn klepdefecten, 10% wordt veroorzaakt door een cardiomyopathie (hartspierlijden) en 10% door ritmestoornissen, mogelijk ook veroorzaakt door hartspierproblemen.
Kennel Kelpiebrink heeft, in zoverre bekend, éénmaal een hond met hartklachten gehad (0, 92 %). De oorzaak van de hartklachten is niet duidelijk. Het is dus niet duidelijk of dat deze hond verkregen hartklachten heeft of dat ze aangeboren zijn.
Omdat er zoveel hartproblemen ‘verkregen’ zijn, is het zeker de moeite waar om onszelf af te vragen of we de problemen kunnen voorkómen.
VOORKÓMEN IS BETER DAN GENEZEN
We hebben al aangegeven, dat de meeste ‘verkregen’ hartafwijkingen klepdefecten en hartspierproblemen zijn.
Die kunnen veroorzaakt worden door bacteriële infecties (o.a. vanuit een slecht gebit en een mondslijmvlies ontsteking), virus infecties (o.a. ten gevolge van kennelhoest of parvo), storingen van het immuunsysteem, allergische reacties, giftige stoffen (o.a. via de voeding of medicijnen) e.d.
In veel gevallen is de link tussen oorzaak en gevolg (de hartafwijking) niet duidelijk. Wel duidelijk is, dat we alle ziektes die zouden kunnen bijdragen tot het ontstaan van hartafwijkingen altijd zo grondig mogelijk moeten proberen te genezen. We moeten niet alleen maar met antibiotica en ontstekingsremmers de klachten onderdrukken. We moeten proberen die ziektes tot in de wortel uit te roeien, proberen te voorkómen dat er, zoals onze oosterburen dat zo fraai uitdrukken, ‘Spätschäden’ ontstaan in de vorm van bijvoorbeeld een hartklepontsteking of een hartspierontsteking.
Een ontsteking van de hartkleppen leidt tot vormverandering en daardoor slecht sluiten van de hartkleppen. Een ontsteking of vergiftiging van de hartspier kan een degeneratie van het hartspierweefsel veroorzaken. Beide leiden tot een verminderde hartfunctie en daardoor een verminderde output van bloed vanuit het hart in de bloedsomloop.
We kunnen regulier het één en ander ondernemen, zoals bijvoorbeeld het gebit goed onderhouden, voorkómen, dat er in de mondholte een grote poel van bacteriën zit. Virale infecties voorkómen en vooral ook de weerstand van de patiënt verbeteren. Letten op bijwerkingen van medicijnen, kritisch met medicijnen omgaan (zie: Medicijnen, hoe gaan we ermee om?).
De homeopathie stimuleert de lichaamseigen afweer, zodat ziektes, die oorzaak zouden kunnen zijn van hartafwijkingen, grondiger genezen kunnen worden. Daarom is homeopathie het meest effectief in het voortraject, als de hartafwijking ontstaat en veel minder bij de gevolgen ervan.
De reguliere hartmiddelen behandelen niet de hartafwijking, maar de gevolgen ervan.
Voorkómen is beter dan genezen. En dat geldt zeker ook bij hartklachten.
VERMINDERDE HARTWERKING
Bij een zwakke pompwerking van het hart komt er te weinig bloed in de bloedsomloop. Er wordt dus te weinig bloed vanuit de linker kamer via de aorta (lichaamsslagader) het lichaam in gepompt. We zeggen dan, dat de output van het hart minder is. Het gevolg daarvan is: minder bloed in de bloedsomloop en bloeddrukdaling. U kunt zich voorstellen, dat er dan ook minder zuurstofrijk bloed komt in het lichaam, maar ook in de hartspier zelf.
Het lichaam gaat zijn maatregelen nemen om deze bedreigende situatie op te vangen, te compenseren. Via een ingewikkeld mechanisme zorgt het lichaam er voor, dat de bloedvaten samentrekken (vasoconstrictie), waardoor de bloeddruk weer stijgt en door het vasthouden van water en zout in het lichaam stijgt ook weer het totaal volume aan bloed in de bloedsomloop.
Tevens zorgt het lichaam ervoor, dat het hart sneller gaat kloppen (tachycardie) en dus vaker bloed in het lichaam pompt.
Deze maatregelen ter compensatie: meer bloed in de bloedsomloop, stijging van de bloeddruk en versnelling van de hartfrequentie zijn op zich voldoende om weer een nieuw evenwicht te bereiken. Als de hartafwijking die ten grondslag ligt aan de verminderde hartfunctie niet zeer ernstig is of niet verder verslechtert kan het dier oud worden, ondanks zijn hartprobleem. We zien dat bijvoorbeeld bij defecten van de hartklep. Sommige honden hebben al een ruisje op het hart op jonge leeftijd en worden toch met gemak 15 jaar.
Als de hartafwijking ernstig is of verder verslechtert, moeten de maatregelen die het lichaam tegen de gevolgen ervan ondervindt geïntensiveerd worden. Het lichaam gaat op gegeven moment paniekerig reageren. De bloeddruk neemt te veel toe en het hart klop te snel.
Op dat moment worden de reguliere hartmiddelen ingezet om de overreactie van het lichaam weer een beetje in goede banen te leiden: iets minder bloeddruk en iets minder snel kloppen.
Het is maar de vraag of het ‘preventief’ voorschrijven van reguliere hartmiddelen bij een simpel ruisje terecht is. Het lichaam en het hart zijn in balans. Het hart kan dat kleine beetje extra inspanning best hebben.
Wij zouden met onze bloeddruk en hartfrequentie verlagende middelen juist het evenwicht verstoren.
De maatregelen ter compensatie: meer bloed in de bloedsomloop, stijging van de bloeddruk en versnelling van de hartfrequentie blijken in andere gevallen op den duur juist problemen te kunnen geven. Een minder krachtig hart moet meer bloed pompen (meer volume), tegen de druk in (bloeddrukstijging) en ook nog sneller pompen!
Kennelijk leiden deze goed bedoelde maatregelen ter compensatie toch op den duur tot uitputting van de hartspier (decompensatie).
Het lichaam doet ook nog wat extra pogingen om te compenseren. In het begin wordt de hartspier dikker en sterker (hypertrofie), maar op een gegeven moment is daar een grens aan en gaat het hart nog een wanhopige poging doen om de hartkamers en boezems groter te maken om daarmee meer bloed te kunnen bevatten. Hierbij wordt de hartspier dunner (dilatatie) en op den duur daardoor weer minder krachtig. En op enig moment is de koek op. Het hart is onherstelbaar uitgeput (decompensatie).
GEVOLGEN VAN EEN VERMINDERDE HARTWERKING
De maatregelen die het lichaam neemt hebben aanvankelijk positieve effecten op het functioneren van de patiënt, maar op den duur mogelijk dus toch ook weer negatieve effecten.
Versnelling van de hartfrequentie (tachycardie)
Het gevolg van een versnelling van de hartfrequentie is dat er meer bloed per minuut uit het hart gepompt wordt (meer output). Toch zien we bij verdere toename van de hartfrequentie dat door de haast de kamer minder goed gevuld wordt en dus uiteindelijk de output per hartslag toch minder wordt. Bij een te hoge frequentie wordt de output onvoldoende. Dit is van invloed op de bloedvoorziening van het lichaam maar ook op die van het hart zelf.
Minder voedingsstoffen en vooral minder zuurstof is ‘killing’ voor de harspier. Omdat de rustfase tussen twee slagen van het hart steeds korter wordt krijgt het hart niet of nauwelijks de tijd om te herstellen.
De normale pols van honden en katten in rust zit globaal tussen de 70 – 90 slagen per minuut. Als de dieren in actie komen stijgt de pols, bijvoorbeeld van 90 – 140 slagen per minuut. Bij enorme inspanning nog hoger. Boven de 160 – 180 komen we in een gevaarlijk gebied.
Samentrekken van de bloedvaten (vasoconstrictie)
Doordat de bloedvaten samentrekken wordt de bloeddruk hoger. Het hart moet als het ware tegen een weerstand in pompen. We noemen deze druk waartegen het hart moet opboksen: afterload.
Doordat ook de bloedvaten in de hartspier samentrekken is de doorbloeding ook daar verminderd, waardoor de aanvoer van essentiële voedingsstoffen en zuurstof gehinderd wordt.
Vasthouden van water en zout (water / zout retentie)
Doordat het lichaam via een ingewikkelde samenwerking tussen hart en nieren water en zout gaat vasthouden, neemt het totale volume bloed in de bloedvaten toe. Ook daardoor ontstaat er een overdruk in de bloedvaten, niet alleen bij de afvoer maar ook bij de aanvoer. Er wordt een grotere hoeveelheid bloed aan het hart aangeboden, hetgeen het hart niet goed kan verwerken, zodat er stuwing optreedt. Het grotere aanbod van bloed aan het hart noemen we preload.
SYMPTOMEN
In de beginfase van een hartfalen, merken we aan de buitenkant niets, omdat het lichaam de bovenbeschreven compenserende mechanismen in werking stelt. Op een bepaald moment gaan die compenserende mechanismen juist tegenwerken. Het hart probeert dit nog wel op te vangen, maar op enig moment is het uitgeput (decompensatie).
De symptomen hangen af van de ernst van de hartafwijking en of de hartafwijking links en / of rechts voorkomt.
Die symptomen zijn:
Verminderd uithoudingsvermogen, benauwdheid, verhoogde ademfrequentie.
Bij hijgen ten gevolge van inspanning of pijn zien we ook een verhoogde ademfrequentie, maar dan dikwijls een oppervlakkige ademhaling. Bij een hartprobleem zien we in rust een hoge frequentie en bovendien ook een diepe ademhaling: fors uitzetten van de borstkas bij inademing en uitademen met behulp van de buikspieren.
In een later stadium kan er hoesten optreden en vindt er vochtophoping in de borstkas en de buik (dikke buik). Er kunnen momenten van flauwtes ontstaan bij geringe inspanning. De hartflauwtes zijn vaak gemakkelijk van een epileptisch insult te onderscheiden.
Bij epilepsie zien we kramptoestanden, bij hartflauwtes totale verslapping.
DOEL VAN DE BEHANDELING
1. Het op hol geslagen hart tot bedaren brengen, zodat het zich rustig kan vullen en de doorbloeding van lichaam en hart zelf goed plaats vindt (te snelle hartslag = tachycardie).
2. De hartspier versterken, zodat het hart krachtiger pompt (hartspierversterking = inotropie).
3. Verlaging van de te hoge bloeddruk, zodat het hart minder tegen een weerstand hoeft op teboksen (minder afterload) en er minder stuwing ontstaat (minder preload).
4. Het te grote bloedvolume verkleinen, zodat ook de preload en afterload verminderen.
5. Herstellen van hartritmestoornissen (extra hartslagen, die het normale ritme verstoren = extrasystolen).
BEHANDELINGSMOGELIJKHEDEN
In de meeste gevallen van hartfalen passen we een medicamenteuze behandeling toe.
Harttransplantaties worden niet bij honden uitgevoerd.
Er zijn tegenwoordig goede reguliere medicijnen. Wat betreft de homeopathische mogelijkheden kan gezegd worden, dat ze er wel zijn, maar, dat ze voorzien moet worden van enkele zeer serieuze kanttekeningen.
We onderscheiden in de homeopathie constitutiemiddelen en hartmiddelen. De constitutiemiddelen hebben een belangrijke rol bij het voorkómen van hartafwijkingen; als er hartklachten zijn kunnen ze worden ingezet naast de reguliere hart middelen en de homeopathische hartmiddelen. De homeopathische hartmiddelen hebben een beperkte rol in het geheel.
Homeopathie: moeilijke geneesmiddelkeus
Bij de typische homeopathische hartmiddelen blijkt het erg moeilijk te zijn om ze van elkaar te onderscheiden. In de homeopathie hebben we een individuele geneesmiddeldiagnose nodig, anders werkt het niet. We kunnen niet duidelijk aangeven welke middel het beste past bij de individuele patiënt. Dat is bij mensen wellicht wat makkelijker, omdat er meer bekend is over deze middelen toegepast bij mensen.
Homeopathie: hartafwijkingen meestal niet te herstellen.
Hartproblemen zijn meestal niet te herstellen, we kunnen alleen het proces van decompensatie uitstellen, vertragen en de gevolgen ervan opvangen.
De typische homeopathische hartmiddelen zijn in de meeste gevallen net zulke symptomatisch werkende middelen als de reguliere middelen. We zien dan ook dat bij de typische homeopathische hartmiddelen, dat er lagere potenties of oertincturen worden voorgeschreven. De veiligheid van deze oertincturen kennen we slechts uit overlevering; er is nauwelijks onderzoek gedaan naar hun giftigheid.
In de meeste gevallen adviseren wij dan ook bij hartfalen de goed onderzochte reguliere middelen als eerste medicijnkeus toe te passen. En natuurlijk hebben die ook bijwerkingen waar we terdege rekening mee moeten houden. Daarnaast proberen we een passend homeopathisch constitutiemiddel te vinden.
Er zijn zeker enkele effectieve homeopathische of liever gezegd fytotherapeutische (fytotherapie = kruidengeneeskunde) middelen die verantwoord kunnen worden toegepast.
Een mooi voorbeeld van samenwerking tussen de reguliere diergeneeskunde en de homeopathie is, dat bij toepassing van het kruidengeneesmiddel Crataegus oxyacantha (meidoorn) we minder nodig hebben van het regulier toegepaste Digitalis.
Digitalis is afkomstig van Digitalis purpurea of vingerhoedskruid. Het middel wordt zowel regulier toegepast als homeopathisch. Als een hond op een zeer lage nauwelijks effectieve dosis Digitalis al braakt, zal hij met Digitalis purpurea D6, in een homeopathische verdunning dus, hetzelfde effect kunnen ervaren als met reguliere doseringen.
OP ZEKER SPELEN
We moeten ons goed realiseren, dat we ondanks onze uitstekende diagnose mogelijkheden, zoals ECG, echo, bloeddrukmeting en röntgen, toch in veel gevallen weinig kunnen zeggen over de prognose, weinig kunnen zeggen over wat er zich nou werkelijk afspeelt in de weefsels van het hart en wat de reële overlevingscapaciteit is.
Wij moeten dus op zeker spelen; en dat kunnen we bij bestaande hartproblemen nog altijd het beste met de reguliere middelen!
Het is zinvol om daarnaast te proberen om het best passende homeopathische middel te vinden voor de individuele patiënt, in de hoop dat wij zijn constitutie nog zodanig kunnen ondersteunen, dat wij kunnen voorkómen, dat er geen progressie plaats vindt van het hartprobleem op zich.
Zie: Homeopathie
Met de reguliere middelen behandelen we alleen maar de gevolgen van het hartprobleem.
Een aantal typische homeopathische hartmiddelen kunnen zeker nog als extra ondersteuning van pas komen.
Algemeen is van belang, dat er bij alle behandelingen een degelijke follow-up plaats vindt. Er moet met grote regelmaat gecontroleerd worden; ECG, echo en bloeddrukmeting. Bijvoorbeeld elke 1 – 3 maanden!
SCHEMATISCH OVERZICHT
De materie is ingewikkeld. We geven nog een schematisch overzicht om de zaak nog even te resumeren en hopelijk nog verder te verhelderen:
FASEN HARTPROBLEEM BEHANDELING
Fase 1.
OORZAAK o.a.
• Bacteriële infectie
• Virale infectie
• Constitutie beter (homeopathie)
1.HOMEOPATHIE (Constitutie)
2.REGULIER (Antibiotica enz.,enz.)
Fase 2.
HARTPROBLEEM
• Klepdefect
• Cardiomyopathie
• Constitutie beter (homeopathie)
1.HOMEOPATHIE (Constitutie)
Fase 3.
GEVOLGEN
• Bloeddruk daling
• Bloedvolume minder
• Constitutie beter (homeopathie)
1.HOMEOPATHIE (Constitutie)
Fase 4.
REACTIE LICHAAM
• Bloeddruk stijging
• Bloedvolume meer
• Hartfrequentie hoger
• Constitutie beter (homeopathie
1.HOMEOPATHIE (Constitutie)
Fase 5.
MEDICIJNEN
• Bloeddruk weer iets lager
• Bloedvolume weer iets minder
• Hartfrequentie lager
• Constitutie beter (homeopathie)
1. REGULIER (Hartmiddel)
2. HOMEOPATHIE (Constitutiemiddel)
3. HOMEOPATHIE (Hartmiddel)
REGULIERE HARTMIDDELEN
We kunnen de in de diergeneeskunde toegepaste hartmiddelen in 6 groepen verdelen:
GROEP VOORBEELD
1 Digitalis glycosiden Digoxine Lanoxine
2 Bètablokkers Propanolol Atenolol
3 Calcium-antagonisten Verapamil
4 ACE-remmers Fortekor
5 Benzimidazol-
Pyridazinone derivaten Vetmedin
6 Diuretika Furosemide
Hieronder geven we de verschillende effecten in het lichaam van de bovengenoemde middelen:
Digitalis
1. Versterking van de contractie kracht van de hartspier.
2. Daling van de hartfrequentie.
3. Vermindering van ritmestoornissen.
Bètablokkers
1. Daling van de bloeddruk.
2. Daling van de hartfrequentie.
3. Vermindering van ritmestoornissen.
Calciumantagonisten
1. Daling van de bloeddruk.
2. Daling van de hartfrequentie.
3. Vermindering van de contractiekracht van de hartspier.
4. Verwijding slagaders: betere doorbloeding lichaam en hart zelf
ACE-remmers
1. Daling van de bloeddruk.
2. Vermindering totale hoeveelheid circulerend bloed / vocht.
Benzimidazol-Pyridazinone derivaten
1. Versterking van de contractie kracht van de hartspier (zonder extra zuurstofverbruik).
2. Verwijding (slag)aders: betere doorbloeding lichaam en hart zelf.
3. Ontspanning hartspiercellen tijdens rustfase hartactie.
Diuretika
1. Vermindering totale hoeveelheid circulerend bloed / vocht.
2. Voorkómen / bestrijden van oedemen / stuwing.
HOMEOPATHIE
De homeopathische behandeling van een hartpatiënt moet u aan de dierenarts overlaten.
We bespreken de 3 belangrijkste homeopathische hartmiddelen die bij hond en kat kunnen worden toegepast. De constitutiemiddelen kunnen alleen gevonden worden via een individuele diagnose door de homeopathische werkende dierenarts.
We bespreken: Arnica montana en Crataegus oxyacantha; die samen te vinden zijn in het middel: MacSamuel Hart tonicum.
Daarnaast bespreken we in het kort het middel Digitalis, nu in homeopathische verdunningen.
Arnica montana (wolverlei)
Hartproblemen na overbelasting en trauma. Het middel bij uitstek van de fysieke uitputting.
Standaard bij hartklachten.
Arnica montana D6, 3 x daags 5 druppels. In ernstige gevallen Arnica montana D30 1 x daags 2 granules. Meestal naast de reguliere behandeling.
Crataegus oxyacantha (meidoorn)
Versterkt de hartspier en maakt de hartspier gevoeliger voor Digitalis. Met de toediening van Crataegus kunnen we volstaan met een lagere dosis Digitalis. En dat kunnen we beste gebruiken, omdat bij sommige honden Digitalis al vergiftigingsverschijnselen kan vertonen bij nog niet effectieve doseringen. Crataegus moet even de tijd krijgen om in de te werken. Na enkele weken zal de werking optimaal kunnen zijn. Crataegus werkt niet of nauwelijks bij ernstige hartafwijkingen en moet dus zeker niet als enig middel gegeven worden in levensbedreigende situaties.
Crataegus oxyacantha OER, 3 x daags 5 (kleine hond), 10 (grote hond) druppels. Meestal naast de reguliere behandeling.
Digitalis purpurea (vingerhoedskruid)
Digitalis kan in gewone, reguliere doseringen gegeven worden (maximaal 0.25 mg per 10 kg lichaamsgewicht per dag (verdeeld over 2 - 3 giften) met een maximum van 0.75 mg per dag, ook voor de grootste hond.
In principe schrijven we Digitalis voor in reguliere doseringen. Als een hond zeer overgevoelig blijkt voor Ddigitalis in reguliere doseringen, kunnen we Digitalis purpurea D6 voorschrijven; we zien dan de zelfde positieve effecten.
Digitalis purpurea D6, 3 x daags 5 druppels. Meestal naast de reguliere behandeling.
Bron: http://www.whgdierenartsen.nl/html/frameset.html
|